Benodigdheden:
tekenpapier
plakkaatverf in primaire kleuren
kwasten
pot water
lijm
- touw
zwart papier voor achtergrond
Gaston Chaissac (1910-1964) was een Franse
schilder en dichter. Hij groeit op in een arm gezin en is vaak ziek. In
1934 verhuist hij naar Parijs en werkt als schoenmaker. Hij komt in
contact met kunstenaars en besluit zichzelf te leren schilderen. In 1942
verhuist hij met zijn vrouw naar de Vendée. Het contact met Parijse
kunstenaars en galerieën kan dan alleen nog per brief. Zijn werk werd
alleen door hen gewaardeerd. Pas na zijn dood kreeg zijn werk erkenning
bij het grotere publiek. Chaissac wordt een van de meest vrije en
uitdagende figuren van de kunstwereld in zijn tijd genoemd. Hij
gebruikte vele technieken en verwerkte ook vaak gebruikte materialen in
zijn werk: schilderen van golfkarton, afkrabben van verf, gebruik van
oude kranten, schillen, lappen etc. Daarnaast schilderde hij op elke
ondergrond die hij tegenkwam, maakte pen- en inkttekeningen, aquarellen,
olieverfschilderijen, collages en ongewone drie-dimensionale werken.
Chaissac kenmerkte zijn eigen stijl als 'rustiek modern'. Hij wordt soms
ook ingedeeld bij de kunststroming 'art brut' waartoe ook Dubuffet
behoort.
Zonder titel, door Gaston Chaissac
Bekijk
foto's van het werk van Chaissac en dan met name bovenstaand werk.
Bespreek de opvallende kenmerken: dikke zwarte lijnen die kleurvlakken
scheiden, weinig diepte, gezichten worden eenvoudig weergegeven, witte
vlakken. Wat zouden die witte vlakken kunnen betekenen? Ik heb deze
schilder mede gekozen om een les over het mengen van kleuren te geven.
De leerlingen tekenen op hun vel eerst een hoofd en een of meer
ledematen. Zet met potlood een kruisje in deze vlakken, want ze moeten
wit blijven. Vervolgens wordt het blad met golvende lijnen verdeeld in
niet te kleine vlakken. De leerlingen kiezen twee primaire kleuren verf
en gebruiken deze om verschillende kleuren te mengen. Met deze
mengkleuren worden de vlakken geverfd. Begin met de lichtste kleuren en
voeg steeds wat meer van de donkere kleur toe. Als het werk droog is,
worden alle vlakken omrand met een dikke zwarte markeerstift.
Oneffenheden vallen zo weg onder de zwarte lijnen. Teken tenslotte ogen,
neus en mond in het gezicht. Plak of niet het werk op een zwarte
achtergrond.
De leerlingen van het vierde leerjaar werkten niet met een zwarte stift. Om de contouren weer te geven gebruikten zij stukjes 'touw'.